top of page

Fysiek versus virtueel: de toekomst van de zitting

  • 13 mrt
  • 3 minuten om te lezen

In het recente Jaarplan van de Rechtspraak van januari 2026 wordt een belangrijke stap gezet: online zittingen zijn geen restant van de coronapandemie meer, maar worden een vast onderdeel van de rechtspleging. Waar digitale zittingen tijdens de pandemie vooral een noodoplossing waren om zaken te kunnen laten doorgaan, kiest de Rechtspraak er nu bewust voor om beeld- en geluidverbindingen structureel in te bedden in de manier van werken. Op termijn komt er een landelijk gedragen werkwijze, waarmee zittingen op afstand mogelijk worden bij rechtbanken en gerechtshoven. Het is de rechter die op basis van concrete factoren beslist of een zaak online of fysiek wordt behandeld – een beoordelingskader dat al bestaat sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 13 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:902), waarover verderop meer.​​

De weg van noodzaak naar norm Tijdens de coronaperiode bleek dat zittingen op afstand in veel gevallen werkbaar zijn. De techniek liet het soms afweten en niet iedere zaak leent zich voor een digitale zitting, maar de kern was duidelijk: het is mogelijk om op een andere manier recht te spreken, zonder dat het systeem direct vastloopt. In het Jaarplan 2026 wordt die ervaring vertaald naar beleid. Online zittingen worden verder uitgerold, te beginnen in onder meer strafrecht en toezicht, en vervolgens breder ingezet. Voor het civiele recht – goed voor een substantieel deel van de totale zaakstroom – is verdere digitalisering de doelstelling.​

Die ontwikkeling past in een bredere agenda: digitaal indienen van stukken, verkorting en structurering van processtukken, meer inzet op begrijpelijke communicatie en betere digitale toegang voor rechtzoekenden. Het is een samenhangend pakket dat beoogt de rechtspraak toegankelijker, voorspelbaarder en efficiĆ«nter te maken.​


Het beoordelingskader van de Hoge Raad Sinds het arrest van 13 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:902) is er een helder kader voor de rechter om te beslissen over online deelname. De Hoge Raad oordeelde dat de wet niet in de weg staat aan hybride zittingen. Fysieke aanwezigheid blijft uitgangspunt (artikel 279 Rv en 87 lid 5 Rv), maar videodeelname is mogelijk als het een legitiem doel dient en het eerlijk proces wordt gewaarborgd. Nadelen zoals technische problemen of verminderde effectiviteit van het onderzoek ter zitting moeten worden meegewogen, en bij bezwaar van een partij moet de beslissing gemotiveerd worden.

Belangrijk nuance: deze uitspraak gaat niet expliciet in op volledig online zittingen, maar beperkt zich tot videodeelname van (sommige) partijen. De verwachting is echter dat de wet ook daaraan niet in de weg staat, gezien de lijnrechtering en de digitaliseringskoers.

Ā 

Waarom fysiek vaak de voorkeur houdt Tegelijkertijd kun je niet om de menselijke factor heen. Een zitting is meer dan het uitwisselen van standpunten op papier. De manier waarop iemand iets zegt, de lichaamshouding, het oogcontact tussen rechter en partijen: het zijn allemaal elementen die niet of slechts beperkt overkomen via een scherm. Beeld en geluid filteren nuances weg. Kleine pauzes, een frons, een verandering in toonhoogte: ze zijn live beter te plaatsen dan via een haperende verbinding of een kleine tegel op het scherm.

Veel procesdeelnemers zullen daarom, zeker in meer gevoelige of complexe zaken, naar verwachting de voorkeur blijven geven aan fysieke aanwezigheid. Het gevoel dat je ā€œechtā€ gehoord wordt, is nu eenmaal sterker als je tegenover de rechter zit. Die perceptie speelt een rol in de ervaren rechtsbescherming, ook al verandert de juridische beoordeling op papier misschien niet.

Het is veelzeggend dat de Rechtspraak fysieke zittingen niet vervangt, maar online zittingen als serieuze optie aanreikt. Dat duidt op een zoektocht naar balans: profiteren van digitale mogelijkheden waar het kan, zonder de waarde van direct menselijk contact uit het oog te verliezen.

Wat betekent dit voor de praktijk? Voor de rechtspraktijk betekent dit dat er structureel rekening moet worden gehouden met twee mogelijke ā€œzittingswereldenā€. Aan de ene kant de traditionele zitting, in de zittingszaal, met alle vertrouwde verhoudingen. Aan de andere kant de online zitting, waar zaken als techniek, beeldkader en spreekdiscipline een grotere rol spelen dan we gewend waren.

Dat vergt voorbereiding. Partijen zullen moeten zorgen voor een stabiele verbinding, een rustige omgeving en duidelijke afspraken over wie wanneer het woord voert. Ook de rol van de rechter verandert enigszins: sturen op orde en verstaanbaarheid krijgt een andere dimensie wanneer iedereen op afstand inbelt.

Deze beweging staat niet op zichzelf. Online zittingen passen in een bredere ontwikkeling waarin de Rechtspraak dichter bij de leefwereld van burgers wil komen, onder meer via wijkrechtspraak, begrijpelijke taal en experimenten met andere vormen van geschilbeslechting. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre online zittingen daadwerkelijk een substantieel deel van de rechtspraktijk gaan uitmaken, of vooral een nuttige aanvulling blijven voor specifieke situaties.

Voor nu is ƩƩn ding duidelijk: wie procedeert, zal zich moeten verhouden tot deze nieuwe werkelijkheid. Het is geen incidentele noodoplossing meer, maar onderdeel van het vaste instrumentarium van de rechterlijke macht.

Ā 

Meer weten? Neem vrijblijvend contact op.


Redouan el Haddad Advocaat r.elhaddad@vanamstellegal.nl 0636328676

bottom of page